warning icon
YOUR BROWSER IS OUT OF DATE!

This website uses the latest web technologies so it requires an up-to-date, fast browser!
Please try Firefox or Chrome!

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 4

Tussen 1991 en 2005 slaagde Amabile erin om   Bachs  Johannespassion vijf keer naar Aalter te halen,   op 23 maart 1990, op 19 maart 1993, op 22 maart   1996, op 1 maart 1999 en op 28 maart 2003. Het   waren absolute hoogtepunten, elke keer met een   schare uitstekende solisten. Voor onze koorleden was   het een ongelooflijke ervaring om met het koor   Cantabile uit Gent het dozijn koralen te mogen   meezingen. Het koor had maar al te graag een   driejaarlijkse traditie willen maken van de passies,   maar de kosten voor een orkest, volwaardige solisten   en een bijkomend koor lagen zo hoog dat we het   alleen  niet meer aankonden. Als de kans zich ooit nog   eens voordoet zullen we er graag op ingaan.   Vanzelfsprekend vonden de uitvoeringen van de   passies plaats in de Sint-Corneliuskerk.

 Het was in dezelfde kerk dat onze themaconcerten plaatsvonden eer het auditorium van     het gemeentehuis beschikbaar was. Het waren achtereenvolgens:

  • Muziek voor november (21 november 1986) met voor het eerst fragmenten uit de Funeral Anthems van Purcell, en verder cantates en motetten van Hammerschmidt, Joseph en Michael Haydn, Mendelssohn en Herzogenbergh
  • Zingen voor het dagende licht (16 december 1988) met voor het eerst Inter natos mulierum van de Vento en de Adventsrufe van Sabel, een “pragmatisch” modern werk. Verder composities van Briegel, de Jong, Peeters, Esterhazy en Bach
  • Jubileumconcert 30 jaar Amabile (29 november 1989) met de Funeral Anthems van Purcell, het Magnificat van Caldara en werken van de Vento, Sabel, Palestrina, Michael Haydn en Haendel
  • Magnificat (9 december 1992), een gewaagd concert, waarbij telkens een Gregoriaans antifoon gevolgd werd door een motet op dezelfde tekst. Er waren werken bij van Palestrina, Aichinger, Soriano, Cererols, Gabrieli en Caldara. Achteraf beseften we dat het niet allemaal perfect was geweest, maar dat we toch een opmerkelijke prestatie hadden geleverd.


    Het was ook in de Sint-Corneliuskerk dat we zo goed als    jaarlijks terecht konden voor onze kerstconcerten. De      afgelopen drie jaar hebben we er meezingconcerten van  gemaakt, onder de titel Kerst zingen met Amabile. We zorgen  ervoor dat ten minste vijf van de kerstliederen op het programma door alle aanwezigen kunnen worden    meegezongen. De respons van het Aalterse publiek is  uitermate positief, ook al omdat de opbrengst van de  kerstconcerten naar een goed doel gaat. Sinds 1985 zijn we  met onze kerstconcerten ook al bij herhaling te gast geweest  in andere kerken. Dat was het geval in Zeveneken,  Geraarsbergen en Sint-Maria-Aalter (1985), in Ruiselede (1992), in Veilige Have (1993), in Sint-Joris-ten-Distel (2000), in Petegem (jaarlijks) en in Machelen (2008).

Vanaf 1994 konden we voor onze jaarlijkse themaconcerten terecht in het auditorium van het gemeentehuis. Een verademing, want weg waren eindelijk de zorgen voor het plaatsen van stoelen en het optrekken van een podium. En hoe gemakkelijk is het niet zingen dank zij de voortreffelijke geluidsinstallatie. Sinds 1994 zijn we al acht keer te gast geweest in het auditorium :

  • De luister van de polyfonie (25 november 1994) met ernstige en minder ernstige muziek uit de hoogdagen van de polyfone muziek, met werken van Compère, de Vento, Lassus, Gombert, Desprez, Soriano, Palestrina, Willaert en van Berchem (een kluifje naar de hand van onze dirigent);
  • Lenteconcert ( 14 en 19 mei 1995) speciaal bedoeld voor al onze sympathisanten, met een keuze uit de meest populaire werken op het repertoire;
  • Een lied voor Sion (29 november 1996) met twee nieuwigheden, Erquicke mich van Becker en O du, der du die Liebe bist van Gade, en verder nog werken van Anerio, Haydn, Hammerschmidt, Purcell, Bach en Sabel;
  • Schone Wereld, waar ben jij? (31 mei 1997), naar aanleiding van de tweehonderdste geboortedag van Schubert, met koorwerken van Mozart en Schubert, afgewisseld met fragmenten uit brieven van Schubert;
  • Hemel en Aarde (27 november 1998), met in het eerste deel nieuwe motetten van Adlgasser, Gassmann en Michael Haydn, en in het tweede deel traditionals als Morning has broken, Scarborough Fair en Loch Lomond en composities van Nees, Schubert en Brahms;
  • Er schuilt een lied in alle dingen (12 en 14 mei 2000). Vanaf 2000 voelden we ons in staat om het auditorium twee keer min of meer te laten vollopen, we hebben het ons nog niet beklaagd. Op dit concert dat samenviel met de veertigste verjaardag van Amabile stonden hoofdzakelijk werken uit de Duitse romantiek op het programma, een repertoire waar het koor altijd een grote affiniteit mee heeft gehad. Nieuw was onder meer Wer will mir wehren zu singen van Fanny Hensel (de zus van Felix Mendelssohn);
  • Amabile 100 (22 en 27 april 2001) : de titel verwijst niet alleen naar het feit dat dit concert het honderdste was van Amabile, maar ook naar het programma. Na de pauze volgden drie verschillende zettingen van de tekst van psalm 100 Jubilate Deo, van Mendelssohn, Lassus en Haendel;
  • Een Avond in Venetië (12 en 14 november 2004) met muziek over Venetië en van Venetiaanse componisten. Nieuw op het programma waren twee motetten van Monteverdi, Der Gondelfahrer van Schubert, Vecchie letrose van Willaert, Mentre il cuculo van Caimo en Der Wein der schmeckt van de Vento. Het concert werd afgesloten met fragmenten uit de madrigaalkomedie La pazzia senile (hoe ouder, hoe zotter) van Orazio Vecchi, een van de voorlopers van de moderne opera. Voor het eerst werden kinderen van koorleden mee ingeschakeld om het geheel kleur te geven (we zouden ze later ook nog zien en horen tijdens de kerstconcerten);
  • Op de weg naar Londen (7 en 9 maart 2008), een concert met enkel maar Engelse muziek. Op het programma stonden fragmenten uit Dido and Aeneas en de Funeral Anthems van Purcell, en na de pauze koorwerken van Hendrik VIII, Dowland, Ravenscroft, Morley, Vautor, Callcott, Moore, Elgar en Parry.

    Marc Gevaert

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 3

In 1984 ging de viering van het zilveren jubileum van Amabile samen met een korte crisis. Toen het gebakkelei eenmaal achter de rug was, was het alsof het koor aan een nieuwe jeugd begonnen was. In een klap trad een massa jonge zangers tot het koor toe, en op de foto die tijdens het jubileumconcert werd genomen staan liefst 64 zangers, 20 sopranen, 22 alten, 9 tenoren en 13 bassen. De meeste van de jonge zangers die toen zijn toegetreden hebben na verloop van tijd nieuwe horizonten opgezocht, en sinds het begin van de jaren negentig blijft het aantal zangers schommelen tussen de dertig en de veertig, net genoeg, zeker als er voldoende evenwicht is tussen de stemgroepen. We zijn bijzonder gelukkig dat in de voorbije jaren enkele tieners tot het koor zijn toegetreden. De gemiddelde leeftijd van het koor is daardoor voor het eerst sinds jaren weer onder de vijftig gezakt. Hopelijk zorgt de viering van het gouden jubileum ervoor dat een heleboel nieuwe zangers en zangeressen zich aanmeldt.

 

Vanaf 1984 tot de dag van vandaag (2009, 50 jaar Amabile) heeft het koor een duidelijke keuze gemaakt voor themaconcerten, afwisselend in de Sint-Corneliuskerk, in het auditorium van het gemeentehuis en het kasteel van Poeke. Vooral de kasteelconcerten waren elke keer weer een belevenis waar door iedereen werd naar uitgekeken. In 1985 toen we voor het eerst in Poeke kwamen was het interieur van het kasteel niet veel meer dan een ruïne. Het publiek heeft er weinig of niets van gemerkt, zo inventief zijn de koorleden toen omgesprongen met het ophangen van doeken waarachter de beschadigde muren verscholen gingen. Na afloop van elk concert werd het kasteel in een minimum van tijd omgevormd tot een knusse cafetaria, waar onder het nuttigen van taart en koffie (of kaas en wijn of nog iets anders) rustig kon worden nagepraat. Het eerste concert in Poeke vond op 1 en 5 mei 1985 plaats onder de titel Poëzie en Muziek uit de Romantiek, een afwisseling van romantische koorwerken van Mendelssohn, Brahms en anderen en gedichten. Twee jaar later, op 24 en 28 mei 1987 keerden we al naar Poeke terug voor een tweede Lenteconcert volgens hetzelfde stramien, met onder meer werken van Brahms, Van Duyse, Dowland en Schubert. Vier jaar later waren we voor de derde keer in Poeke, op 20 en 27 oktober 1991, naar aanleiding van de tweehonderdste geboortedag van Mozart. Op 24 en 30 oktober 1993 zongen we voor het laatste in het kasteel, voordat de ingrijpende restauratiewerken begonnen. Een erg levendig concert met liefdeslyriek werd het, onder de toepasselijke titel Als ic u vinde. De koorwerken werden afgewisseld met instrumentale werken met harp, barokfagot en traverso.

 Het eerste concert na de restauratie kwam er op 28 april, 1 en 4 mei 2002. De belangstelling was inderdaad zo groot geworden dat we van dan af moesten overschakelen op drie concerten in plaats van twee. Het concert van 2002 stond helemaal in het teken van de Vlaamse muziek, vroeger en nu, met werken van Desprez, Lassus, Isaac, Van Duyse, Nees, Termont en Bikkembergs. De gedichten tussenin werden voorgedragen door koorleden. In 2006 was het tweehonderd vijftig jaar gelden dat Mozart werd geboren, een passende gelegenheid om nog eens naar Poeke te gaan, op 15, 20 en 22 oktober. Een apart concert was het, in de vorm van een denkbeeldige dialoog tussen Mozart en Schubert, Waarde Mozart … Beste Franz, met ter illustratie werken van de twee grote Weners. In mei van dit jaar zal het voor de zevende keer zijn dat we in Poeke optreden. Inmiddels ziet het kasteel er heel anders uit dan in 1985. De zalen waar wij gebruik van maken zijn fraai gerestaureerd, verwarming en sanitair zijn optimaal in orde. We raden iedereen aan zo vlug mogelijk te reserveren voor de drie concerten, want het aantal plaatsen is beperkt.

Marc Gevaert

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 2

Zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is geweest sinds 1971 zou de waarheid geweld aandoen. Zoals elke vereniging van mensen heeft het koor zijn crisisperiodes gekend, maar de dirigent en de opeenvolgende bestuursleden hebben nooit de moed opgegeven, de opeenvolgende generaties van koorleden hebben soms wat gemord, maar hen nooit in de steek gelaten. In het begin van de jaren zeventig en halfweg de jaren tachtig werden er felle discussies over het repertoire, en over wie het voor het zeggen moest hebben bij de keuze van dat repertoire. Het kwam er toen vooral op aan te kiezen tussen de gemakkelijkste weg, met niet al te moeilijke, populaire werken of permanent te streven naar vernieuwing, goed wetend dat luisteraars en koorleden het daar soms moeilijk mee hadden. Er is resoluut gekozen voor de tweede mogelijkheid. Op het eerste vernieuwende programma in 1973 met cantates van Rosenmüller en Buxtehude volgde een kleine terugval. Die werd snel overwonnen, want in 1976 al konden programma’s worden gepresenteerd met vrijwel onbekende werken als Kommt her zu mir van Herzogenberg, de Harmonia Coelestis van Pal Esterhazy en het Paasalleluia van van Berchem.  In 1974 promoveerde Amabile op het koorzangtoernooi naar “uitmuntendheid”, met onder andere psalm 23 “Mijn Herder is de Heer” van Vic Nees … een moeilijke en moderne compositie.

 

In zijn beginjaren had het koor gerepeteerd in een zaaltje van het oude gemeentehuis. In 1977 moest worden uitgekeken naar een nieuwe ruimte. De volgende tien jaar werd er gerepeteerd in de pianoklas van Sint-Gerolf en op het einde van de jaren tachtig ten slotte werd er uitgeweken naar de auditiezaal van de academie, waar het koor nog elke vrijdag repeteert van acht uur tot half elf. Het jaar 1977 bracht een hoogtepunt voor Amabile toen het koor mocht meewerken aan enkele uitvoeringen van de Coronation Anthems van Haendel. Twee jaar later werden voor het eerst twee werken op het programma genomen die geliefd zijn gebleven bij de opeenvolgende generaties van koorleden, het Benedictus van Michael Haydn en het Magnificat van de Venetiaan Antonio Caldara.

 
Koken kost geld, en dat merkte het bestuur, toen in het begin van de jaren tachtig nieuwe uniformen moesten worden aangekocht, de financiële kater achteraf was er een van formaat, er was zelfs niet voldoende geld meer in de kas om de leden te kunnen
vergasten op een bescheiden nieuwjaarsreceptie. De geldzorgen hadden echter geen invloed op de prestaties van het koor, want in 1982 zorgde Amabile voor het eerst voor een themaconcert, naar aanleiding van de viering van de tweehonderd vijftigste geboortedag van Joseph Haydn. Er werd gezongen achteraan in de kerk, en boven de hoofden van de koorleden werden toepasselijke dia’s geprojecteerd. De techniek liet ons wel nu en dan eens in de steek, en het was bitter koud in de kerk op die decemberavond, maar achteraf was iedereen terecht fier op wat gepresteerd was.

Marc Gevaert

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 1

Musica donum Dei
medicina dolorum
comes laetitiae …

De eerste, niet altijd even betrouwbare, documenten die onze voorgangers in het koor ons hebben nagelaten, hebben het over 56 gegadigden, mannen en vrouwen, die vol jonge ijver ingingen op een verzoek binnen het Davidsfonds van Aalter om met een koor te beginnen. Het was Gerard Mattheeuws die als stichter ook voorzitter werd. De eerste bijeenkomst vond plaats op 12 mei 1959, in de toenmalige jongensschool in de Stationsstraat. Op verzoek van het Davidsfonds trad het koor voor het eerst op in zaal Pax, op donderdag 15 oktober 1959, met Gaby Dispa als dirigente. In de beginjaren werd er even geprobeerd om naast het gemengd koor ook met een vrouwenkoor uit te pakken, maar die poging werd al na enkele weken opgegeven.

Op 27 oktober 1960 nam het nog jonge koor voor het eerst deel aan de Provinciale Koorzangtoernooien en het werd daarbij in tweede categorie geplaatst. In 1964 promoveerde het naar eerste categorie. 8 jaar na de oprichting van het koor kwam een dirigentenwissel. Gaby Dispa verliet Amabile en Luc Naessens nam het dirigentenstokje over. De plaatselijke pers was vol lof over de concerten die Luc Naessens in 1967 en 1968 heeft geleid in de Capitool, o.a. in samenwerking met het West-Vlaams Jeugdorkest.

Eind 1969 was ‘Meester’ Mattheeuws, geveld door een langdurige ziekte, verplicht om het voorzitterschap neer te leggen. Hij werd opgevolgd door Fernand Heleu.

In de winter van 1969 – 1970 nam de toen 26-jarige August De Groote de directie van het koor ‘ten voorlopigen titel’ over van Luc Naessens. Hij heeft het koor niet meer verlaten. Met de gedrevenheid en de aanzienlijke muzikale bagage die hem eigen zijn, heeft August De Groote het koor gemaakt tot wat het nu is, een ensemble dat keer op keer weet te verrassen met de kwaliteit van zijn uitvoeringen en de keuze van zijn repertoire.

Tot hier het eerste deeltje van de historiek van het gemengd koor Amabile. Tussen nu en 2019 krijgt u met mondjesmaat de rest van de geschiedenis van dit Aalterse koor, want van 1959 naar 2019 is net …….
Marc Gevaert

loading
×