warning icon
YOUR BROWSER IS OUT OF DATE!

This website uses the latest web technologies so it requires an up-to-date, fast browser!
Please try Firefox or Chrome!

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 2

Zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is geweest sinds 1971 zou de waarheid geweld aandoen. Zoals elke vereniging van mensen heeft het koor zijn crisisperiodes gekend, maar de dirigent en de opeenvolgende bestuursleden hebben nooit de moed opgegeven, de opeenvolgende generaties van koorleden hebben soms wat gemord, maar hen nooit in de steek gelaten. In het begin van de jaren zeventig en halfweg de jaren tachtig werden er felle discussies over het repertoire, en over wie het voor het zeggen moest hebben bij de keuze van dat repertoire. Het kwam er toen vooral op aan te kiezen tussen de gemakkelijkste weg, met niet al te moeilijke, populaire werken of permanent te streven naar vernieuwing, goed wetend dat luisteraars en koorleden het daar soms moeilijk mee hadden. Er is resoluut gekozen voor de tweede mogelijkheid. Op het eerste vernieuwende programma in 1973 met cantates van Rosenmüller en Buxtehude volgde een kleine terugval. Die werd snel overwonnen, want in 1976 al konden programma’s worden gepresenteerd met vrijwel onbekende werken als Kommt her zu mir van Herzogenberg, de Harmonia Coelestis van Pal Esterhazy en het Paasalleluia van van Berchem.  In 1974 promoveerde Amabile op het koorzangtoernooi naar “uitmuntendheid”, met onder andere psalm 23 “Mijn Herder is de Heer” van Vic Nees … een moeilijke en moderne compositie.

 

In zijn beginjaren had het koor gerepeteerd in een zaaltje van het oude gemeentehuis. In 1977 moest worden uitgekeken naar een nieuwe ruimte. De volgende tien jaar werd er gerepeteerd in de pianoklas van Sint-Gerolf en op het einde van de jaren tachtig ten slotte werd er uitgeweken naar de auditiezaal van de academie, waar het koor nog elke vrijdag repeteert van acht uur tot half elf. Het jaar 1977 bracht een hoogtepunt voor Amabile toen het koor mocht meewerken aan enkele uitvoeringen van de Coronation Anthems van Haendel. Twee jaar later werden voor het eerst twee werken op het programma genomen die geliefd zijn gebleven bij de opeenvolgende generaties van koorleden, het Benedictus van Michael Haydn en het Magnificat van de Venetiaan Antonio Caldara.

 
Koken kost geld, en dat merkte het bestuur, toen in het begin van de jaren tachtig nieuwe uniformen moesten worden aangekocht, de financiële kater achteraf was er een van formaat, er was zelfs niet voldoende geld meer in de kas om de leden te kunnen
vergasten op een bescheiden nieuwjaarsreceptie. De geldzorgen hadden echter geen invloed op de prestaties van het koor, want in 1982 zorgde Amabile voor het eerst voor een themaconcert, naar aanleiding van de viering van de tweehonderd vijftigste geboortedag van Joseph Haydn. Er werd gezongen achteraan in de kerk, en boven de hoofden van de koorleden werden toepasselijke dia’s geprojecteerd. De techniek liet ons wel nu en dan eens in de steek, en het was bitter koud in de kerk op die decemberavond, maar achteraf was iedereen terecht fier op wat gepresteerd was.

Marc Gevaert

Uit ‘Amabilior: extra editie – maart 2009, 50 jaar Amabile’  –   DEEL 1

Musica donum Dei
medicina dolorum
comes laetitiae …

De eerste, niet altijd even betrouwbare, documenten die onze voorgangers in het koor ons hebben nagelaten, hebben het over 56 gegadigden, mannen en vrouwen, die vol jonge ijver ingingen op een verzoek binnen het Davidsfonds van Aalter om met een koor te beginnen. Het was Gerard Mattheeuws die als stichter ook voorzitter werd. De eerste bijeenkomst vond plaats op 12 mei 1959, in de toenmalige jongensschool in de Stationsstraat. Op verzoek van het Davidsfonds trad het koor voor het eerst op in zaal Pax, op donderdag 15 oktober 1959, met Gaby Dispa als dirigente. In de beginjaren werd er even geprobeerd om naast het gemengd koor ook met een vrouwenkoor uit te pakken, maar die poging werd al na enkele weken opgegeven.

Op 27 oktober 1960 nam het nog jonge koor voor het eerst deel aan de Provinciale Koorzangtoernooien en het werd daarbij in tweede categorie geplaatst. In 1964 promoveerde het naar eerste categorie. 8 jaar na de oprichting van het koor kwam een dirigentenwissel. Gaby Dispa verliet Amabile en Luc Naessens nam het dirigentenstokje over. De plaatselijke pers was vol lof over de concerten die Luc Naessens in 1967 en 1968 heeft geleid in de Capitool, o.a. in samenwerking met het West-Vlaams Jeugdorkest.

Eind 1969 was ‘Meester’ Mattheeuws, geveld door een langdurige ziekte, verplicht om het voorzitterschap neer te leggen. Hij werd opgevolgd door Fernand Heleu.

In de winter van 1969 – 1970 nam de toen 26-jarige August De Groote de directie van het koor ‘ten voorlopigen titel’ over van Luc Naessens. Hij heeft het koor niet meer verlaten. Met de gedrevenheid en de aanzienlijke muzikale bagage die hem eigen zijn, heeft August De Groote het koor gemaakt tot wat het nu is, een ensemble dat keer op keer weet te verrassen met de kwaliteit van zijn uitvoeringen en de keuze van zijn repertoire.

Tot hier het eerste deeltje van de historiek van het gemengd koor Amabile. Tussen nu en 2019 krijgt u met mondjesmaat de rest van de geschiedenis van dit Aalterse koor, want van 1959 naar 2019 is net …….
Marc Gevaert

loading
×